31/08/2016

Antisense Oligonucleotiden

Spinraza (nusinersen) is sinds april 2017 goedgekeurd door de European Medicines Agency (EMA) en beschikbaar voor veel patiënten in de Europese Unie. In Nederland is in de zomer van 2017 de mogelijkheid gekomen om kinderen met SMA type I te behandelen met Spinraza. In juni 2018 besloot de minister tot het opnemen van Spinraza in de basisverzekering voor kinderen tot de leeftijd van 9,5 jaar. Inmiddels is een voorwaardelijke toelating van Spinraza voor alle SMA-patiënten in Nederland overeengekomen. Momenteel worden er nog afspraken gemaakt tussen de betrokken partijen om dit vergoedingstraject mogelijk te maken. De minister heeft hierover uitgesproken dat hij graag wil dat er in januari 2020 met dit traject gestart kan worden. 

Antisense Oligonucleotiden
Spinraza is een vorm van ASO therapie, richt zich op het SMN2 gen. Zoals op onze achtergrondpagina over therapie te lezen valt, werkt het SMN2 gen niet goed genoeg. Ongeveer 10% van wat het SMN2 gen maakt is werkzaam eiwit. De antisense oligonucleotiden (ASO’s) proberen de werking van het SMN2 gen te verbeteren. Deze vorm van therapie is een vorm van gentherapie. In onderstaande afbeelding is dit proces weergegeven.

ASO therapie

Zoals hier te lezen is, is het probleem van het SMN2 gen dat bij het omzetten van het DNA naar de juiste code om het SMN eiwit te maken, er meestal een stukje verloren gaat: exon 7 wordt meestal ‘uit de code geknipt’. Hierdoor ontstaat een onvolledige code om SMN eiwit te maken. In bovenstaande afbeelding is te zien dat dit probleem door de ASO-therapieën wordt hersteld: exon 7 mist links onderaan de afbeelding, maar na toediening van de ASO wordt exon 7 rechts wel weer opgenomen in de code om het SMN eiwit te maken (rechterzijde plaatje, onderaan). Het gevolg is dat het SMN2 gen dus efficiënter gaat werken, waardoor er meer SMN eiwit wordt gemaakt in de cellen van het lichaam.

Spinraza (Nusinersen)
Er zijn meerdere onderzoeken naar ASO’s voor SMA uitgevoerd (en nog altijd gaande), waarvan het bekendste voorbeeld het onderzoek naar het middel Spinraza (Nusinersen) is. Op basis van de tot nu toe bekende onderzoeksresultaten hebben de FDA en de EMA (de Amerikaanse en Europese Geneesmiddelen beoordelaars) het middel goedgekeurd voor gebruik bij mensen met SMA.

Er zijn een aantal studies uitgevoerd om de werkzaamheid van Spinraza te onderzoeken. De farmaceutische bedrijven Biogen en Ionis Pharmaceuticals hebben hierover eerder bericht, en ook een website met meer informatie opgezet – zie: www.spinraza.com.